Informatie over de groenling

Het voedsel van een groenling bestaat voornamelijk uit jonge plantjes, zaden, haver, bessen, bladknoppen en soms ook weleens insecten. De jongen eten voornamelijk insecten zoals bladluis of fruitvliegjes.

De vogel is vaak te vinden in parklandschappen met dichte bosjes of boomgroepen, met name in parken, tuinen, heggen alsook langs bosranden. In de winter als het voedsel schaars is, komen de groenlingen in gezelschap van andere vogelsoorten zoals de vinken, mezen, merels en spreeuwen op de voederplaatsen bij de huizen af.

Beschrijving

Een groenling is ongeveer 15 centimeter lang.

Het mannetje is olijfgroen van kleur, vooral op de stuit.

De rug heeft een bruine tint en de onderzijde is meer geelachtig.

De randen van de vleugel en de meeste staartpennen zijn aan de basis helder geel.

De dikke snavel is bijna wit en de poten zijn vleeskleurig.

Het wijfje is minder intens van kleur, zij is meer grijsgroen en haar geel in de veren is veel valer.

Het nest bevindt zich in heggen en struiken of in altijdgroene planten.

Het is gemaakt van takjes, twijgjes of worteltjes en afgewerkt met haren en veertjes.

Het legsel bestaat uit vier tot zes witte tot lichtblauwe eieren met roestbruine vlekjes en hebben een broedtijd van 12 tot 14 dagen.

De jongen worden door beide ouders verzorgd.

Voedsel:  zonnepitten, zaden, pindablokken, en  pinda’s.
Voerplaats: op de grond, eventueel voedertafel.