Informatie over de pimpelmees

Pimpelmezen leven vooral in bosrijke gebieden en tuinen met veel groen. De vogels zijn vooral tussen struikgewas, houtwallen en houtsingels te vinden. Ze voelen zich overal waar bomen staan thuis. Pimpelmezen hangen vaak ondersteboven aan uiteinden van berkentwijgen en aan vetbollen en pindasnoeren. Pimpelmezen zijn niet schuw, maar toch iets schuwer dan koolmezen. Het is bekend dat ze trucjes kunnen leren om aan voedsel te komen.

Pimpelmezen maken graag gebruik van vetbollen, pindanetjes en voedertafels met gevarieerde zaden. Vaak verdedigen ze een vetbol tegen andere mezen. Om echter niet ten prooi te vallen aan roofdieren neemt de pimpelmees het liefste kleine hapjes en kijkt steeds snel en goed om zich heen. Maar ook het meenemen van voedsel zoals een pindanootje doet hij vaak. Het liefst neemt hij het dan mee naar een beschutte plek waar hij zich veilig voelt en de tijd kan nemen het op te eten.

Naast het voedsel dat de mens hun aanbiedt, eten zij voornamelijk insecten en hun larven, spinnen, bladluizen, nectar en zaden. De temperatuur in de lente speelt een belangrijke rol bij de timing en de grootte van de rupsenpiek.

Beschrijving

Volwassen pimpelmezen zijn circa 11 tot 12 centimeter groot met een spanwijdte van 17-20 cm en een gewicht van ongeveer 12-15 gram, dit is kleiner dan de koolmees.

De pimpelmees heeft een kenmerkend blauw ‘petje’, gele borst, smalle, zwarte oogstreep, zwartblauwe kinvlek en blauwachtige vleugels.

Mannetjes zijn helderder van kleur dan vrouwtjes .

Mannetjes hebben een helderblauwe ‘baret’, terwijl vrouwtjes een dofblauwe ‘baret’ vertonen.

Vrouwtjes hebben ook een iets smaller blauwe halsband.  

De vlucht van de pimpelmees is meestal gelijk aan die van andere mezen.

In boogjes zweeft hij door de lucht, in de tussenpozen slaat hij met de vleugels.

Pimpelmezen kunnen behulpzaam zijn voor eigenaren van fruitbomen en grote fruitgewassen omdat ze de bladeren van deze gewassen ontdoen van onder andere bladluizen.

Op die manier vormen ze een biologische bestrijding van bladluizen.

In de broedtijd eten pimpelmezen voornamelijk insecten en insectenlarven.

Zij nestelen in boomholten en ook vaak in nestkastjes.

Hun voorkeur gaat uit naar een vlieggat dat een paar millimeter kleiner in doorsnede is dan dat van de koolmees.

Het gat varieert daarmee tussen 28 en 30 mm, een verschil van gemiddeld een 5 mm.

Een geschikte nestkast heeft een minimale binnenmaat van 12×12×25 centimeter.

In het voorjaar en in het begin van de zomer wordt de pimpelmees seksueel actiever, maar vanaf het moment dat de dagen gaan lengen (21 december) begint het mannetje al frequent te zingen.

Wanneer een koppeltje pimpelmezen elkaar heeft gevonden blijven zij gedurende een of twee broedsels bij elkaar en nemen ze beide de verantwoordelijkheid voor het voeren van de jongen.

Het is echter niet vreemd als het koppeltje hetzelfde nest jaren achter elkaar samen gebruikt of dat het nest wordt overgenomen door een van hun jongen

Voedsel: vetbollen, ongezouten (dop)pinda’s, kokosnoot, zonnepitten, zaden, pindablokken.
Voerplaats: voedertafel of voederhuisje of opgehangen in een boom.