Informatie over de spreeuw

Beschrijving

Het verenkleed is glanzend zwart met, vooral in de zon, een weerschijn van bronsgroen (kop en achterhoofd) en verschillende variaties purper.

In de winter is het verenkleed duidelijker gespikkeld dan in de zomer.

Behalve voor kenners is er eigenlijk nauwelijks onderscheid te maken tussen het mannetje en het vrouwtje.

Omdat de veren van het wijfje wat groter en breder zijn, en de uiteinden van de contourveren wit gekleurd zijn, zijn háár stippels van het winterkleed groter en staan wat dichter opeen.

Jonge spreeuwen zijn grijsbruin met een lichte keel.

Aan het eind van de zomer ruilen ze dit verenpak om voor dat van de volwassenen, zij het dat hun spikkels duidelijker zijn dan die van de oudere volwassenen die meer gemêleerd zijn.

De lengte bedraagt ongeveer 21 cm; met een spanwijdte van 37–42 centimeter en een gewicht van 70-80 gram.

Spreeuwen gebruiken na de broedtijd gezamenlijke slaapplaatsen.

Dit zijn soms rietvelden in natuurgebieden, maar soms ook grote bomen of gemakkelijk toegankelijke grote bouwsels in steden zoals treinstations of winkelcentra.

In de loop van de herfst en de winter vormen zij daar vaak enorme groepen (zwermen) die gezamenlijk spectaculaire vliegshows ten beste kunnen geven in de buurt van deze gezamenlijk gebruikte slaapplaatsen.