Informatie over de zanglijster

De zanglijster eet slakken , insecten, pissebedden, duizendpoten en wormen. Typisch voor de zanglijster is het stukslaan van slakkenhuizen op een vaste plek, ‘de smidse’, om zo bij het malse slakkenvlees te komen

Voedsel: gewelde krenten en rozijnen, fruit, schillen en klokhuizen, alle soorten bessen, wat broodkruimels, zaden.
Voerplaats: een sneeuwvrije plaats op de grond met beschutting vlakbij.

 

Hij springt en rent over het gras om zijn prooi te vangen. Soms staat de zanglijster met zijn kop schuin te turen in het gras om vervolgens een worm uit te grond te trekken. Ook bessen zoals de lijsterbes en fruit (appels) staan op het menu, met name in de winter.

Beschrijving

Zanglijsters lijken veel op de grote lijster, maar ze zijn kleiner; deze heeft een lengte van ongeveer 23 cm en een spanwijdte van 33 tot 36 cm.

De zanglijster is ook kleiner dan een merel , die ongeveer 24 cm meet, en  weegt tussen de 70 en 90 gram.

De rug  is effen donkerbruin tot olijfbruin (die van de grote lijster is grijs-bruin).

De bovenkant van de vleugels  zijn effen bruin met vaal witte uiteinden.

De onderkant is vaal oranje-beige.

De staart is vrij kort.

De buik is wit met V-vormige bruinzwarte vlekken.

De onderzijde is bruin-okergeel aan de flanken.

De poten zijn oranje-roze.

De zanglijster heeft een vale witte ring rond het oog en strepen onder de wangen.

De snavel is zwart-grijs en aan het begin bij de kop geel met zwarte snorharen.

Er is nauwelijks verschil tussen de geslachten van de zanglijster.

Het nest maakt de zanglijster laag in dichtbegroeide boom, heg of struik, zoals in een klimop.

Het nest bestaat uit takjes en is van binnen bepleisterd met klei en vermolmd hout.

De bekleding bestaat uit mos en/of gras.

De zanglijster legt 3 tot 6 eieren, lichtblauw (turkooisachtig) met enkele zwarte vlekken.

Er zijn 1 tot 3 legsels per jaar gedurende de maanden maart t/m juli.